Minister Gennez licht visienota toe aan oKo-leden: richtinggevend kader met veel open uitwerking

Tijdens een goed bijgewoonde bijeenkomst gaf minister Gennez toelichting bij haar Strategische Visienota voor Kunsten en Erfgoed. De nota schetst de krachtlijnen van het toekomstige cultuurbeleid in Vlaanderen als een richtinggevend kader dat in wisselwerking met de sector verder vorm moet krijgen.  

Veel oproepen (inclusie, democratisering, …) liggen de sector na aan het hart maar na de toelichting blijven er toch heel wat vragen bij de concrete uitwerking van de visienota nazinderen.  

De minister benadrukte dat de visienota bedoeld is als een beleidskader dat richting geeft, zonder alles op voorhand vast te leggen. Het document moet volgens haar niet gelezen worden als een strikt normatief geheel, maar als een basis waarop verdere regelgeving en instrumenten in de toekomst zullen worden ontwikkeld.


Autonomie, verantwoordelijkheid en samenwerking

Autonomie van de sector werd door de minister als een centraal principe naar voren geschoven. Daarbij gaat het zowel over artistieke vrijheid als over de structurele context waarbinnen organisaties functioneren. Ze benadrukte het belang van vertrouwen, duidelijke rolverdeling en een financieringssysteem dat organisaties toelaat hun opdracht degelijk op te nemen. Ze wil die autonomie beter gaan verankeren in de toekomst.  

Tegelijk zet ze sterk in op samenwerking en complementariteit binnen het landschap. Een duurzaam kunstenveld is volgens haar enkel mogelijk wanneer verschillende spelers elkaar versterken en er aandacht is voor evenwicht en solidariteit binnen het geheel.

Aandachtspunten als uitnodiging tot positionering

De visienota bevat een reeks inhoudelijke prioriteiten voor beleid. In lijn daarmee formuleert de Minister ook een reeks directe oproepen aan de sector: inclusie, meerstemmigheid, culturele democratie, cultuureducatie, een solidaire sector…. Op onze vraag of iedereen alles moet doen, antwoordt de Minister expliciet dat het een uitnodiging is tot positionering, keuzes en focus eerder dan uniforme verplichting voor iedereen.  

Organisaties worden aangemoedigd om hun eigen profiel te versterken en duidelijk te maken waar ze wel of niet op inzetten. Tegelijk werd in het gesprek duidelijk dat de aandachtspunten zullen meewegen in de verdere uitwerking van het beoordelings-kader, wat vragen oproept over hun concrete impact in de beoordelingspraktijk. 

Landschap in beweging

De minister schetste een gewenst kunstenlandschap in evolutie, met ruimte voor instroom van nieuwe spelers en aandacht voor uitstroom en artistieke nalatenschap. Een dynamisch veld vereist volgens haar zowel flexibiliteit als zorg voor continuïteit. 

Kunstinstellingen en organisaties met werkingssubsidies voor 10 jaar, krijgen daarbij een expliciete rol in landschapszorg en het ondersteunen van het bredere ecosysteem. Dit werd in het gesprek zowel als opportuniteit als als spanningspunt benoemd, onder meer in relatie tot verwachtingen en middelenverdeling. 

Spreiding en lokale verankering

Spreiding van cultuur en de relatie tussen Vlaams en lokaal beleid kwamen eveneens aan bod. De minister verwees naar mogelijkheden binnen het decreet bovenlokaal en intergemeentelijke samenwerkingen (IGS’en) om spreiding van kunsten breder te verankeren en samenwerking te versterken. 

Vanuit de sector werden daarbij vragen gesteld over de effectiviteit van deze instrumenten, zeker voor kleinschalige en lokaal verankerde praktijken, en over de groeiende invloed van lokale besturen op inhoudelijke keuzes en programmatie.

Verdere uitwerking en open vragen

Een belangrijk deel van de bijeenkomst ging over de concrete vertaling van de visienota naar regelgeving en beoordelingspraktijk. Verschillende elementen, waaronder het draaiboek beoordeling (waarin ook de en weging van de aandachtspunten uit de visienota wordt opgenomen), moeten nog verder worden uitgewerkt.  Dat maakt dat er vandaag nog heel wat open vragen bestaan over de praktische impact van de visienota, zowel op vlak van regelgeving (nieuwe regelgeving of aanpassingen aan bestaande regelgeving) als op het niveau van budgettaire kaders en de beoordeling. 

Slot

oKo-directeur Anne-Marie Croes sloot het gesprek af met een pleidooi voor autonomie, voor een kwaliteitsvolle beoordelingsprocedure, voor een gelijk speelveld voor alle types organisaties en voor een budget dat volwaardige financiering toelaat aan alle types aanvragers, ongeacht schaal, functie, werkvorm. De sector in zijn geheel verdient de kans om ambities en plannen uit te werken voor de toekomst. Het is belangrijk om die plannen in de context van de structurele ronde werkingssubsidies in hun volledigheid voor te kunnen leggen aan beoordelaars en beleidsmakers.  

De bijeenkomst maakte duidelijk dat de visienota een belangrijk en richtinggevend beleidsdocument van de minister is, maar dat de concrete invulling nog volop in ontwikkeling is. De komende periode zal bepalend zijn voor hoe de principes uit de nota worden vertaald naar nieuwe of aangepaste regelgeving, beoordelingskaders en budgettaire keuzes. oKo blijft dit verder van dichtbij opvolgen. 

Voor een volledig overzicht van de besproken inhoud verwijzen we graag naar het verslag.

Tot slot willen we alle oKo-leden bedanken die aanwezig waren alsook iedereen die van thuis volgde. Bedankt voor de vragen, de interessante input en de dynamische sfeer doorheen de dag.  



downloads

Verslag | 23 april 2026.pdf
202.52 KB