Tijdens de commissie Cultuur van het Vlaams Parlement van 5 maart 2026 kondigde Minister van Cultuur, Caroline Gennez, aan dat er 1 miljoen euro zal worden bespaard op de sectorale en transversale steunpunten en 994.000 euro op de digitale kernspelers. Deze besparingen komen bovenop eerdere bezuinigingen in 2026.
Al in 2025 werden gesprekken met bovenbouworganisaties opgestart, in aanloop naar een visienota over de bovenbouw. Die visienota zou in de zomer van 2026 worden afgerond.
Maar wat is de bovenbouw precies? En welke impact hebben deze besparingen en hervormingen op het kunstenveld?
Wat is de ‘bovenbouw’?
De bovenbouw in de cultuursector omvat organisaties die op overkoepelend niveau bijdragen aan de ontwikkeling en ondersteuning van het culturele veld. Het gaat om organisaties die kunst- en cultuuractoren ondersteunen binnen hun discipline of rond specifieke thema’s in hun werking.
Het betreft onder meer:
- Sectorale steunpunten: Kunstenpunt, FARO, Socius, Circuscentrum, VI.BE
- Transversale steunpunten: OP/TIL, Cultuurloket
- Digitale kernspelers: meemoo, publiq, Cultuurconnect
- Expertisenetwerken, fondsen en het departement CJM
- In sommige studies worden ook belangenbehartigers zoals oKo of Cult! opgenomen in de omschrijving van de bovenbouw. oKo beschouwt zichzelf echter niet als bovenbouw, omwille van zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de overheid.
- De 9 amateurkunstenkoepels worden in sommige studies eveneens tot de bovenbouw gerekend: BREEDBEELD, Creatief Schrijven, Danspunt, Kunstwerkt, Koor&Stem, Muziekmozaïek, OPENDOEK, VLAMO en VI.BE.
Op welke organisaties wordt er in 2027 bespaard?
In de commissie Cultuur bevestigde minister Gennez dat er vanaf 2027 wordt bespaard:
- 1 miljoen euro bij de sectorale en transversale steunpunten
- 994.000 euro bij de digitale kernspelers
Concreet betekent dit:
- Sectorale steunpunten – FARO, Kunstenpunt, Socius en VI.BE – besparen 10,5%
- Transversale steunpunten – OP/TIL en Cultuurloket – besparen 10,5%
- Digitale kernspelers – meemoo, publiq en Cultuurconnect – besparen 5,25%, in de commissie Cultuur gaf de minister daarvoor de volgende reden: "De logica daar is dat de digitale kernspelers in 2026 de grootste hap van de besparing hebben genomen, en dat ze hun werkingsmiddelen besteden aan de ontwikkeling en exploitatie van digitale infrastructuur mede in opdracht van de overheid. Daardoor is de samendrukbaarheid ook na de ingreep van 2026 beperkter. "
- Het Circuscentrum wordt in 2027 buiten beschouwing gelaten, omdat het in 2026 al 15% moest besparen
- De amateurkunstenkoepels worden via het beoordelingssysteem binnen het amateurkunstendecreet gedifferentieerd bespaard, op een totaalbedrag waar 10,5% op wordt ingehouden
Impact op de kunsten
Kunstenpunt en VI.BE, twee belangrijke sectorale steunpunten binnen het kunstenveld, moeten besparen. Ook Cultuurloket, dat sterk verbonden is met de kunstensector, moet zijn werking herbekijken.
Daarnaast worden ook de digitale kernspelers, hoewel minder zichtbaar in de sector, rechtstreeks geraakt.
Alle betrokken organisaties onderzoeken momenteel hoe zij deze besparingen kunnen doorvoeren. Bovendien zullen zij, als gevolg van deze besparingen, nieuwe beheersovereenkomsten moeten onderhandelen.
Dit zal onvermijdelijk gevolgen hebben voor de ondersteuning die deze organisaties aan de sector bieden.
Kunstenpunt zal onder meer de Kunstendatabank uitfaseren, de internationale promotie van de Vlaamse kunsten terugschroeven en een aantal projecten rond vernieuwing en ontwikkeling afbouwen. Zie: Impact van de besparingen bij Kunstenpunt.
Toekomst van de bovenbouw
Het traject rond de visienota over de bovenbouw werd in november 2025 opgestart en zou in de zomer van 2026 worden afgerond. Tot op heden ontbreekt externe communicatie en bredere betrokkenheid van de sector. Zowel de richting van de visienota bovenbouw als de concrete impact op het kunstenveld blijven daardoor onduidelijk.
Bovendien moeten de sectorsteunpunten Kunstenpunt en VI.BE op 1 december 2026 een subsidieaanvraag indienen binnen het Kunstendecreet voor de periode 2028–2032.
De mogelijke impact van de visienota bovenbouw op deze beleidsplannen is momenteel nog niet duidelijk.
Standpunten oKo
oKo benadrukt dat de aangekondigde besparingen en hervormingen een directe impact hebben op de fundamenten van de kunstensector. Vanuit haar rol als belangenbehartiger stelt oKo het volgende centraal:
1. Strategisch belang van steunpunten
Sectorale steunpunten zoals Kunstenpunt en VI.BE zijn essentieel voor het functioneren van de kunstensector. Zij ondersteunen organisaties met kennisopbouw, data, internationale positionering en sectorontwikkeling. Ook Cultuurloket speelt hierin een belangrijke rol.
2. Risico op verlies van kennis en expertise
oKo waarschuwt dat besparingen niet mogen leiden tot het afbouwen van structurele expertise. Wanneer kernfuncties zoals dataverzameling, monitoring en internationale werking worden teruggeschroefd, verliest de sector haar strategische slagkracht op lange termijn.
3. Nood aan sectorbetrokkenheid
Elke hervorming van de bovenbouw moet gebeuren in nauwe dialoog met de sector. Hervormingen die van bovenaf worden doorgevoerd zonder voldoende inspraak riskeren onvoldoende aansluiting bij de praktijk.
4. Gelijke behandeling en coherentie
oKo stelt vragen bij de verschillen in aanpak tussen de diverse steunpunten en sectoren.
Conclusie
De aangekondigde besparingen en de lopende hervorming van de bovenbouw zetten de ondersteuningsstructuren van de Vlaamse kunstensector onder druk. Terwijl de visienota bovenbouw nog in ontwikkeling is, worden er al ingrijpende budgettaire beslissingen genomen.
oKo roept daarom op tot een doordacht, transparant en participatief hervormingstraject, waarin het behoud van expertise en de noden van de sector centraal staan.
De afbeelding op deze pagina is van Moeder Courage, KVS & Toneelhuis © Vahid Amanpour