Decreet bovenlokale cultuurwerking goedgekeurd

Op woensdag 6 juni keurde het Vlaamse parlement het Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking goed. Dat decreet wil de lacunes opvangen die ontstaan zijn nu de persoonsgebonden bevoegdheden niet meer ondergebracht zijn bij de provincies. Wat staat er in het decreet? En wat zeiden onze parlementsleden?

Een warme overdracht: dat beloofde Sven Gatz toen bleek dat cultuur niet langer een provinciale bevoegdheid wordt. De provinciale middelen voor cultuur en de ondersteuning voor culturele centra zouden dus op een andere manier geregeld worden. Hoe dat in zijn werk moet gaan, staat nu geregeld in het Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking. Al is het geen letterlijke vertaling van voormalige provinciale bevoegdheden geworden. Het decreet wil initiatieven die bovenlokaal een meerwaarde bieden te stimuleren en te optimaliseren, met een sterke focus op transversaliteit. Tegelijk moet het de cultuurparticipatie bevorderen en versterken.

Wat betekent dat?

Er komt steun op drie niveaus:

  • Projectsubsidies: bovenlokale projectinitiatieven kunnen een meerjarige subsidie aanvragen. De verstrekte steun is gericht op vier functies: experimenteren en innoveren, creëren en produceren, spreiden en presenteren en leren en participeren. Het jaarlijkse streefbudget voor deze post is 7,5 miljoen euro. De kwaliteitsbeoordeling is in handen van tijdelijke commissies, samengesteld uit een pool van beoordelaars.
  • Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS): IGS worden anders ingevuld dan in het Decreet lokaal cultuurbeleid. In het nieuwe decreet krijgen ze de rol van facilitator en verbindingsmakelaar. Hun taak is meer stimulerend dan uitvoerend. Voor de IGS zou jaarlijks 2 miljoen euro gereserveerd worden in de begroting, met een maximum van 100.000 euro per IGS per werkjaar voor een looptijd van vijf jaar.
  • Steunpuntfunctie: het nieuwe transversale steunpunt, een opvolger voor Locus, moet de deskundigheidsbevordering en kwaliteitszorg voor de verschillende functies in het decreet bewaken, stimuleren en optimaliseren. Het zal vorming aanbieden, kennisuitwisseling en samenwerkingsverbanden stimuleren en advies en oriëntering verstrekken gericht op de professionalisering van organisaties. Daarnaast krijgt het een reflectietaak. Het jaarlijkse steunbudget voor het nieuwe steunpunt is 1 miljoen euro.

En wat vinden onze parlementsleden?

De meerderheidspartijen verdedigden het decreet door te wijzen op de noodzaak ervan. Het gat dat de overheveling van bevoegdheden in de provincies heeft geslagen, zou ermee zo goed mogelijk worden opgevangen. De oppositieleden bestreden die noodzaak niet, maar gaven wel kritiek op wat een ‘overgangsdecreet’ wordt genoemd: ze konden zich onder meer niet vinden in de onduidelijke invulling van het steunpunt en de onhandige manier waarop amateurkunsten in het decreet zijn verwerkt. Ook de voorgestelde manier van werken met tijdelijke beoordelingscommissies kreeg een veeg uit de pan omdat het te weinig mogelijkheden zou bieden om er mensen uit de streek bij te betrekken. Tot slot zijn er nog de bedragen voor de projectsubsidies: de voorziene 7,5 miljoen euro per jaar zijn bijzonder beperkt in vergelijking met wat er vroeger rechtstreeks vanuit de provincie kwam.

Het volledige decreet vind je hier.

Beeld: Campo - De buurtkeuken (c) Koenraad Vermeulen

Zie ook: